Lang geleden was ik mentor van een tweede klas die maar geen groep wilde worden. Steeds was er ‘gedoe’. In overleg met zeer capabele collega’s vonden groepsinterventies plaats. Steeds viel de groep echter terug in het oude gedoe. Het gedoe was norm geworden.

Er waren leerlingen die dat echt behoorlijk zat waren: ‘waarom kunnen we niet gewoon een normale klas zijn en iets leuks doen met elkaar?’ Wat ze dan zouden willen doen? ‘Nou gewoon,een keer gaan bowlen of Sinterklaas met elkaar vieren’.

Van het bowlen kwam het niet. Bij de voorbereidingen op de Sinterklaasviering lukte het niet om op een fatsoenlijke manier lootjes te trekken. Dan maar geen Sinterklaas, zijn ze nou helemaal ……

Ouders belden me op met verhalen hoe ongelukkig hun kind was in de klas. Of we toch op zijn minst met Kerstmis iets met elkaar konden doen? Maar wat dan, als Sinterklaaslootjes trekken al niet lukt?

Mijn ene helft wilde het liefst zo stil en onzichtbaar mogelijk de kerstvakantie in glijden. Mijn andere helft kon het niet uitstaan dat het deze klas niet lukte om, al was het maar een paar minuten, aardig en repsectvol naar elkaar te doen.

Op donderdag zou ik ze weer zien, de donderdag voor de kerstvakantie. Het was dinsdagavond. De dag erna had ik nog ‘gewoon’ les met ze. Als we nog iets van kerst met elkaar zouden vieren, dan moest dat morgen in de klas worden besproken.

Het draaide uit op een drama. Ze konden het weer eens niet eens worden, mijn voorstel werd uitgejoeld. Er zat niets anders op dan maar weer de structuur terugpakken en in hoog tempo door te gaan met de les. Als ze maar flink bezig waren, hadden ze geen gelegenheid om zich met elkaar te bemoeien. Ook geen kerstviering dus.

’s Avonds kreeg ik een huilende moeder aan de telefoon. Of ik toch nog iets….. en eh …. we zijn toch een Christelijke school… en …. iets met vergeving en respect. Al pratende kwamen we op een idee. Moeder zou iets lekkers bakken en via de telefooncirkel (ja, die hadden we toen nog!) ook enkele andere ouders vragen om de volgende dag iets mee te geven aan hun kind om uit te kunnen delen.

Diezelfde avond nog zocht ik al het stevige gekleurde papier bij elkaar dat ik in huis kon vinden. Ergens had ik ook nog van die mooie plakstickers, in de vorm van een ster. Zo vouwde ik 30 kaartjes en wat reserve met verschillende kleurtjes. Ik had niet meer genoeg groen en rood papier in huis, dus er zaten ook wat meer zomerse kleuren bij als fel roze en lichtblauw.

Tijdens de pauze de volgende dag kwamen er wat meisjes naar mij toe. Of ze de gordijnen alvast dicht mochten doen in het lokaal. Om het gezellig te maken voor straks. En of ze kerstversiering op mochten hangen. Ze hadden van alles meegenomen. Ik deed de deur voor hen open en ging zelf nog even wat eten en naar het toilet. Ruim voor de bel kwam ik terug in een getransformeerd lokaal. Overal lichtjes en versieringen. Op de tafels aan de zijkant van het lokaal stonden de zelfgebakken lekkernijen uitgestald. En drinken erbij met een bekertje voor iedereen. Van papier. Want mevrouw zorgt goed voor het milieu. Mooi, is er toch nog iets blijven hangen van mijn lessen…..

‘Wat gaan we doen mevrouw?’

‘Dat zie je straks wel!’ knipoogde ik.

De bel ging en de rest van de klas kwam binnen druppelen. Onder indruk van de verduistering en de versieringen gingen ze voor hun doen ordelijk naar hun plaats. Ik had de avond ervoor ook nog gauw een kerstverhaal uitgezocht. Een kort en mooi verhaal. Ik begon voor te lezen en het werd heel stil in de klas. Na afloop vroeg ik hen om ieder een pen te pakken en op de tafel neer te leggen en daarna de ogen dicht te doen. Ik pakte de kaartjes en deed ze in een waaier in mijn handen. Met de ogen dicht mochten ze ieder een kaartje nemen en, nu met de ogen open, hun naam bij de ster schrijven.

Vervolgens mochten ze hun kaartje doorgeven aan de persoon die naast hen zat en de zin aan de binnenkant van de kaart afmaken.

Die zin begon met:

‘Ik waardeer jou omdat….’

Daarna moesten ze het kaartje dicht vouwen en dicht aan elkaar teruggeven. De eigenaar mocht nu het kaartje, zonder erin te spieken aan de persoon voor of achter zich geven.

De ronde erna kwamen de kaartjes niet meer terug bij de eigenaar. Ze werden steeds blind doorgegeven.

Ik vond het spannend wat er zou gebeuren. Het is een kwetsbare opdracht om te doen. Zekerheid dat de leerlingen geen rottige dingen zouden opschrijven had ik niet.

Ik liep wat rond en keek hier en daar over de schouder mee. Er stonden hartverwarmende zinnen. Het ging goed. Ze schreven. En ze bleven voor elkaar schrijven. In elk kaartje stond iets.

Na een kwartiertje vroeg ik de meisjes om het lekkers uit te delen. Een kleine groep leerlingen ging door met schrijven, de rest verlegde de aandacht naar de zoetigheid.

‘Nu wil ik graag alle kaartjes terug’. Ik kreeg ze allemaal terug.

‘Gaat u ze nu lezen mevrouw?’

‘Nee, dan zou ik jullie niet vertrouwen. Ik ga ze nu uitdelen. Wie aan het eind van de les niet blij is met de inhoud van het kaartje mag even in het lokaal blijven nadat de bel is gegaan’.

Ze lazen hun kaartjes. Ik zag glimlachende gezichten. Het was goed gegaan. Na de bel bleef niemand achter.

’s Avonds belde moeder weer. Ik dacht oh jee, is het toch niet goed gegaan? Ze was blij. Haar kind was blij. Ik was blij.

Het kaartjes schrijven is nu een jaarlijks ritueel. Ook met de eerstejaars studenten op de lerarenopleiding. Vandaag verliep dat een beetje anders. We zaten niet fysiek bij elkaar en konden niet op fysieke kaartjes schrijven en aan elkaar doorgeven.

Het zinnetje ‘ik waardeer jou omdat…’ is online echter net zo krachtig. Bij gebrek aan fysieke mogelijkheden had ik een gedeelde map gemaakt met voor iedere student een bestand. “Beste <<voornaam>>, Ik waardeer jou omdat …”

Toen ik uitlegde wat de bedoeling was gingen ze los. In de map kon ik zien wie in welk bestand aan het schrijven was. Mijn collega en ik vulden snel aan bij studenten van wie het bestand nog niet was geopend. Op de video zag ik glimlachende gezichten.

Na een kwartier vroeg mijn collega wie met haar nog iets extra’s wilde doen.

In de tussentijd rondde ik af en maakte een download van de bestanden.

‘Of het klopte dat de bestanden weg waren’ appte een bezorgde student.

‘Ja hoor, ik heb ze nog!’

‘pfew’.

Enkele uren later kreeg ik het prachtige kerstplaatje hieronder.

Ze weten het nog niet, maar kerstplaatje en de inhoud van hun schrijfsels zijn inmiddels overgezet naar fysieke kerstkaartjes. Die krijgen ze volgende week met de fysieke post.

We wensen elkaar goede en vooral gezonde feestdagen toe!kerstkaart binas NHLStenden