Een student, toekomstig leraar biologie, beklaagt zich: ‘Wij hebben ons best gedaan om die ingewikkelde sommen van de studenten wiskunde op te lossen. Zij hadden niet zo goed nagedacht over online onderwijs. We moesten gewoon de sommen die ze voor de camera hielden overschrijven op een blaadje, dan de sommen maken op ons eigen blaadje en daarna de antwoorden opnoemen. Dat is toch geen online onderwijs? Dan heb je er gewoon helemaal niet over nagedacht. Wij hadden een mooi online experiment gevonden om osmose uit te leggen, we hadden echt moeite gedaan om er online iets van te maken, maar de studenten wiskunde deden helemaal niet met ons mee. Ik vind dat niet aardig, hier hebben we niets aan en ze gaven ook geen bruikbare feedback, en …..’

“Stop.

We zijn hier met elkaar aan het oefenen. Over drie weken ga je je lesmateriaal uitproberen met leerlingen. We hopen dat dat fysiek kan, maar als we toch naar online uit moeten wijken dan ben je nu alvast goed voorbereid. Waarom deden de wiskunde studenten niet mee? Wat zegt dat over hen? ……… Wat zegt dat over jullie? Misschien is het niet meedoen wel de meest concrete feedback die ze jullie hebben kunnen geven!”

De student kijkt eerst begripvol. Vervolgens verandert haar gezicht naar verwarring.

Heel bewust loop ik precies op dat moment weg. Laat deze student deze verwarring maar even zelf verwerken. Het is een mooie situatie om volgende week op terug te komen. Voor de hele groep trouwens!