Lieve collega’s VO,

Uit de vele contacten met ervaren en beginnende docenten op diverse scholen verspreid door het land, maak ik op dat er op sommige scholen al wordt nagedacht over volgend schooljaar en op andere scholen nog helemaal niet.

Met klem wil ik alle docenten uitnodigen hierover nu met elkaar en met hun schoolleidingen in gesprek te gaan. Hiermee kunnen we voorkomen dat we straks onmogelijke en onzinnige dingen geacht worden te doen.

We kunnen aannemen dat we in september nog steeds een 1,5 m samenleving zullen hebben. Daardoor kunnen niet al onze leerlingen tegelijkertijd in onze gebouwen aanwezig zijn. De vraag is vervolgens hoe de lessen georganiseerd gaan worden.

Mijn voorstel is om, in plaats van de organisatorische benadering, te kiezen voor een pedagogisch-didactische benadering bij de inrichting van komende schooljaar.

Daaronder versta ik dat we, bij de inrichting van de lessen, alvast rekening houden met een combinatie van online en fysiek onderwijs. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor:

  1.  Docenten geven les als vanouds, de helft van de leerlingen volgt de les via de webcam
  2. Docenten blijven online lesgeven, maar nu met de helft van de leerlingen in het klaslokaal
  3. Docenten verdelen de taken, per sectie verzorgen bepaalde docenten de online lessen en anderen de fysieke lessen in het klaslokaal
  4. Docenten herontwerpen hun lesprogramma’s waarbij zij onderscheiden welke onderdelen zinvol zijn om fysiek in het gebouw plaats te laten vinden en welke online plaats kunnen blijven vinden

Ad 1.  Docenten geven les als vanouds, de helft van de leerlingen volgt de les via de webcam
Uit eerdere ervaring met videoconferencing is bekend dat dit alleen goed werkt als de docent leeractiviteiten organiseert waarbij de leerlingen die op afstand deelnemen aan de les betrokken kunnen blijven. Dat kan uiteraard door het digibord te delen met de leerlingen op afstand en de les regelmatig te voorzien van interactieve momentjes waarbij alle leerlingen digitaal iets invullen, bij voorkeur zodanig dat iedereen de resultaten live kan volgen op het digibord. De docent past het vervolg van de les aan de hand van de antwoorden op het digibord aan. Dit kan bijvoorbeeld met quizzes en toetsen afnemen, maar ook met manieren om klassikaal te oefenen

Ad 2. Docenten blijven online lesgeven, maar nu met de helft van de leerlingen in het klaslokaal
Deze mogelijkheid is aanzienlijk minder arbeidsintensief dan ad 1. omdat de docent hiermee het verschil tussen online werken en fysiek in de klas werken opheft. De vraag is dan wat de toegevoegde waarde is dat de leerlingen fysiek aanwezig zijn op school.

Ad 3. Docenten verdelen de taken, per sectie verzorgen bepaalde docenten de online lessen en anderen de fysieke lessen in het klaslokaal
In eerste instantie lijkt deze optie veel werk met zich mee te brengen. Deze optie biedt uitkomst wanneer er docenten zijn die om wat voor reden dan ook fysiek niet naar school kunnen komen. Zij kunnen bij een dergelijke verdeling van werkzaamheden vanuit huis blijven werken en de leerlingen bij die leerstofonderdelen begeleiden waarvoor fysieke aanwezigheid in het schoolgebouw niet noodzakelijk is. Door gebruik te maken van de filters in Doedactiek, kunnen passende digitale tools gevonden worden bij rijke, gevarieerde, activerende online lessen.

Ad 4. Docenten herontwerpen hun lesprogramma’s waarbij zij onderscheiden welke onderdelen zinvol zijn om fysiek in het gebouw plaats te laten vinden en welke online plaats kunnen blijven vinden
Wellicht dwingt de huidige tijd ons om bij de vormgeving van ons onderwijs uit te gaan van de digitale online mogelijkheden in plaats van uit te gaan fysieke plaatsen tussen drie muren met een of twee deuren en een raamkant. We kunnen daarmee inhoudelijk dezelfde doelen bereiken, dat heeft de afgelopen periode van schoolsluiting bewezen. We zijn het er echter allemaal over eens dat het daar niet bij moet blijven. Regelmatig fysieke aanwezigheid blijft zeer wenselijk, alleen zijn we daar voorheen misschien wat ‘slordig’ mee omgegaan. Doordat de leerlingen altijd bij ons in de lokalen zaten hoefde we geen onderscheid te maken tussen online en fysieke aanwezigheid, de leerlingen waren immers gewoon in onze lessen. Nu is dat niet meer zo gewoon en naar verwachting blijft dat nog een tijdje zo. Fysieke aanwezigheid is een schaars goed geworden. Dan is het goed om de fysieke momenten die we kunnen organiseren binnen de maatregelen ook te benutten voor die onderdelen van het totale curriculum op school waarbij fysieke aanwezigheid noodzakelijk is: praktijkhandelingen, vakvaardigheden, schriftelijke toetsen, maar ook socialisatie, het leren ‘lezen’ van non-verbale communicatie (in het echte leven zijn de non-verbale signalen nou eenmaal wat verfijnder dan smileys), het gevoel krijgen er te mogen zijn. Door uit te gaan van wat er online kan, voorkomen we dat er in de fysieke ruimtes op school activiteiten gaan plaatsvinden die de schaarse fysieke aanwezigheid opslokken met leeractiviteiten die even goed online hadden gekund.

De laatste mogelijheid vergt wat meer denkwerk dan de eerste drie, maar zal, zeker naarmate de maatregelen langer gaan gelden, urgenter worden. Als we dat nu al inzien, kunnen we daar misschien alvast een begin mee maken. De stap daarna is de organisatorische stap, het indelen van leerlingen in groepen en het maken van de onvermijdelijke roosters. Laten we nu, in deze tijd, met elkaar eerst bovenstaande pedagogisch-didactische keuzes maken. Keuzes die ons allen aan het hart gaan!