Dit is een typerend voorbeeld van een vraag van een collega:

“Ik wil graag een klas van 26 leerlingen een gezamenlijk product laten maken. Ik wil dat ze alle theorie over ***  op een “poster” plaatsen. In het verleden heb ik Prezi gebruikt voor zoiets. Maar daar zit ik met een limiet van 10 deelnemers. Is er misschien iets dat ik in Google-docs open kan stellen voor mijn leerlingen, of heb je nog een ander idee?”

Een dergelijke vraag geeft mij informatie op een aantal vlakken:

  • de docent heeft nagedacht over het inhoudelijke leerdoel: theorie over ***
  • de docent heeft nagedacht over een werkvorm: “poster” maken
  • de docent heeft enige ervaring met ICT: Prezi, Google-docs
  • de docent loopt tegen technische beperkingen aan: limiet van 10 deelnemers

De docent vraagt naar andere tooling om de technische beperking te omzeilen.

Daar kan ik op verschillende manieren op antwoorden. Ik kan:

  • mijn eigen digitale gereedschapskist over hem uitstorten
  • hem verwijzen naar personen die met iets vergelijkbaars mooie dingen deden
  • hem verwijzen naar plaatsen waar hij zelf kan struinen, bijvoorbeeld lessen en hulpmiddelen van Doedactiek

Een andere mogelijkheid is om hem te vragen in hoeverre hij in deze situatie verantwoordelijk is voor de tool die de leerlingen gaan gebruiken. De opdracht is om een poster te maken. Die poster moet voldoen aan ***, ***, *** en ****. Dat staat eigenlijk los van welke tool dan ook. Leerlingen hebben hun eigen voorkeuren voor tools, afhankelijk van het device en het besturingssysteem waar ze mee werken. Het kost onnodig veel tijd om als docent ‘de juiste’ tool te gaan zoeken, terwijl leerlingen dat nu juist heel goed zelf kunnen. Als docent is het wellicht zinvoller om goed na te denken over het op te leveren product, oftewel de inhoud van ***, ***, *** en ***.

Bovenstaande is een prachtig voorbeeld hoe de oplossing voor een technisch probleem soms zit in een kleine verandering van didactische aanpak. Dat kan iedere docent!