De meeste stages van de eerstejaars studenten waren in maart afgebroken. De begeleidende docenten op de stagescholen hadden wel iets anders aan hun hoofd. Jammer eigenlijk, want een paar handen extra om online onderwijs vorm te geven en ten begeleiden was meer dan welkom.

Drie studenten leraar biologie zochten een alternatief. Virussen behoren tot de leerstofinhoud van het schoolvak biologie. Ze realiseerden zich dat, nu de leerlingen grotendeels thuis zaten, er wellicht ook behoefte zou zijn aan andere werkvormen. Deze studenten combineerde hun vroegere passie voor het spelen van het spel Minecraft met de leerstofinhoud over virussen. Gisteren nodigden ze me uit in hun Minecraft omgeving. Ik werd rondgeleid door het virtuele stadje. Ik bezocht het ziekenhuis, vloog met een helicopter naar het centrum, ging een hotel binnen, daarna een bakkerij, een bloemist, een gezellig straatje, een café met buitenterras, een coffeeshop (waar het hoofd vol van is….) het strand, de vuurtoren/5G zendmast. Omdat ik nog echt niet zo handig ben met het besturen van mijn avatar via W, A, S, D op mijn toetsenbord en via mijn mousepad, botste ik regelmatig tegen muren aan en verdronk ook een paar keer in de gracht. Ik werd er steeds vakkundig uitgevist door de studenten en kon dan weer zelfstandig verder lopen. Af en toe kwam ik andere poppetjes tegen, sommigen met treffende gelijkenissen met collega’s. Als ik dicht bij ze kwam verscheen er een tekstregel, vaak met een aanwijzing. Het was dan de bedoeling dat ik iets zou doen met mijn hamertje of blokjes. Tot dusver heb ik echter alleen over de schouders van mijn kinderen meegekeken bij Minecraft, mij wel verwonderd over de prachtige bouwsels die ze produceerden, maar nooit zelf gespeeld. Ik snapte dus niet zo goed wat ik met hamertjes en blokjes moest. Terwijl ze me dat aan het uitleggen waren begonnen ineens alle huizen en straten om me heen te bewegen. Ik kon helemaal niet meer zien of ik nog wel rechtuit liep. Wat bleek? Ik was besmet geraakt met het virus! De bakker had mij besmet, maar dat werd pas na enige incubatietijd duidelijk. De studenten vertelden me dat hoe meer mensen spelen, hoe duidelijker het wordt hoe een virus zich verspreidt. Wanneer de spelers met elkaar de juiste maatregelen nemen, zoals stoelen uit elkaar op het terras en handdoekjes uit elkaar op het strand, worden er minder bewoners van het virtuele stadje ‘onwel’.

Vandaag werden we als collega’s getrakteerd op een webinar van Barend Last. Hij had een boeiend verhaal over de community of inquiry en gaf inspiratie over manieren van denken over online onderwijs. Het ging over ‘cognitive presence’, ‘social presence’ en ‘teacher presence’ en hoe die drie samenhangen in een omgeving waarin leren plaats kan vinden.

Ik dacht terug aan de minecraft omgeving van de studenten. Ondanks dat ik misschien nog niet helemaal heb kunnen begrijpen hoe zo’n omgeving werkt, heb ik nu wel gezien dat ene dergelijke omgeving precies voldoet aan de elementen die Barend heeft besproken.

Na afloop van het webinar was er een virtuele borrel. Ik had de studenten gevraagd of ze klaar konden zitten om met collega’s te spelen. De studenten zaten klaar. Ik heb de collega’s uitgenodigd. Maar niemand wilde. Het was misschien wat te plotseling en een te grote stap. Toch vermoed ik dat binnen dergelijke spelomgevingen heel wat te leren valt!