We hebben het over: Online onderwijs, hybride onderwijs, blended onderwijs, hyflex onderwijs. Zo langzamerhand duizelt het van de benamingen en beschrijvingen van wat we doen. Al deze termen duiden op een verschillende verhouding van fysiek en online onderwijs, afwisselend synchroon en a-synchroon.

Laten we even nuchter doen. Bij ieder onderwijs zorgt de docent ervoor dat de leerlingen en de studenten toegang hebben tot de leermaterialen. Dat kunnen boeken zijn, voorschriften, websites, maar ook kleding, instrumenten en gereedschappen. Sommige van die materialen kunnen leerlingen en studenten in hun eigen tijd en tempo raadplegen, bijvoorbeeld boeken en websites, a-synchroon dus. Bij andere materialen is toezicht nodig bij de bediening, bijvoorbeeld bij het leren gebruiken van bepaalde gereedschappen, wat meestal groepsgewijs, synchroon dus plaatsvindt.

Momenteel hebben we leerlingen en studenten die fysiek aanwezig kunnen zijn en leerlingen en studenten op afstand. Dat combineren we in de praktijk tot iets werkbaars. Ik heb zo langzamerhand geen flauw idee meer welk naampje daar bij hoort. Waar ik zelf naar streef is dat de studenten, of ze sychroon fysiek/online aanwezig kunenn zijn of niet, altijd alle lesmaterialen kunnen raadplegen. Opdrachten leveren de studenten online in, liefst na een onderlinge feedbackronde. Dat kan grotendeels in eigen tijd, a-synchroon dus. Samengevat is het geen zuiver online onderwijs, het synchrone gedeelte is op te vatten als hybride onderwijs, de fysieke en online activiteiten die op elkaar aansluiten vormen wel een aardige blend die enige flexibiliteit kent. Kortom, een gevarieerde ratatouille.