Een stukje theorie

Belland (2009) schreef dat er een leerproces bij docenten wenselijk is om ICT in de lespraktijk te integreren. Dit leerproces was in die tijd verre van vanzelfsprekend. De bestaande manieren van doen werkten immers prima (Ward & Parr, 2010), er was gedetailleerd vastgelegd welke bekwaamheden van docenten werden verwacht in een lespraktijk tussen vier muren (OCW, 2017) en de benodigde leerprocessen vielen binnen de autonomie van de individuele docent met weinig aandacht vanuit de schoolleiding (Veen, Zwart, Meirink, & Verloop, 2010).

Doorgaans vallen docenten in de lespraktijk terug op eerdere ervaringen, zelfs hun eigen ervaringen als leerling. Belland (2009) noemt deze eigen ervaringen de habitus van een docent en refereert daarbij naar het werk van Pierre Bourdieu (1930 – 2002).

De abstracte term habitus is mogelijk beter te begrijpen door een uitstapje te maken naar de biologie. In de biologie wordt de term habitus gebruikt om de uiterlijke vorm van een organisme te omschrijven. Bomen zijn bijvoorbeeld snel te herkennen aan hun uiterlijke vorm. Verschillende soorten bomen zien er verschillend uit. Een populier groeit slank omhoog en heeft een smalle kruin. Een eik daarentegen heeft takken die zijwaarts groeien en met elkaar een brede kruin vormen. Deze vormen worden bepaald door interne, overgeleverde, factoren, zie figuur 1 en 2.

Figuur 1, Habitus populier

Figuur 2, Habitus zomereik

De vorm van een boom kan echter ook worden beïnvloed door de omgeving. Dezelfde boomsoort kan er dan verschillend uitzien. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar bij beuken. Een vrijstaande beuk is anders van vorm dan wanneer diezelfde soort beuk in een haag groeit, zie figuur 3 en 4.

Figuur 3, Habitus beuk in vrijstaand habitat

Figuur 4, Habitus beuk in habitat haag

De omgeving waarin een organisme zich begeeft, heet in de biologie het habitat. Een ‘vrijstaande’ beuk bevindt zich in een ander habitat dan de beuk: ‘in een haag’.

De habitus van een organisme wordt dus enerzijds bepaald door interne, van generatie op generatie overgeleverde eigenschappen. Deze overgeleverde eigenschappen zijn moeilijk te veranderen en bepalen mede hoe een organisme ‘is’. Anderzijds wordt de habitus van een organisme bepaald door de omgeving, afhankelijk van het habitat waarin het organisme zich bevindt (in bovenstaand voorbeeld ‘vrijstaand’ of ‘in een haag’) en de veranderingen die in dat habitat plaatsvinden. Organismen zijn altijd onderdeel van hun omgeving en zoeken hun eigen ruimte op (vrijstaand) of zoeken binnen de omstandigheden mogelijkheden om verder te groeien (haag). De habitus van een organisme is dus een samenspel tussen wat er intern, van binnenuit overgeleverd ‘is’ en de wisselwerking die het organisme heeft met de omgeving.

Analoog hieraan kunnen we spreken van de habitus van de docent, zichtbaar in de wisselwerking tussen de interne persoonlijke ervaringen met en opvattingen over onderwijs en de schoolomgeving waarin de docent lesgeeft.

In biologische termen zijn de maatregelen op scholen om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan te vergelijken met een sterke verandering in het habitat van de docent. Bij verstoringen van natuurlijke, biologische habitats ontstaan nieuwe evenwichten. Soms herstelt de oorspronkelijke natuur zich, maar bij een flinke verstoring is dat niet meer mogelijk. Er ontstaat een nieuw evenwicht, maar wel een ander evenwicht dan voorheen. Het vertrouwde habitat tussen vier muren met leerlingen fysiek aanwezig is nu ernstig verstoord. De oude gewoonten gaan niet werken in de combinatie van online en fysiek onderwijs zoals dat vanaf volgende week op de scholen gaat plaatsvinden. Het wringt. Die bekwaamheden zijn net niet helemaal passend meer. Docenten zijn behoorlijk op zichzelf aangewezen bij het ontwikkelen van nieuwe manieren van doen. Het wordt zoeken naar een nieuw evenwicht, een ander dan voorheen.

 

Belland, B. (2009). Using the theory of habitus to move beyond the study of barriers to technology integration. Computers & Education, 52(2), 353–364. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2008.09.004

Bourdieu, P. R. N. (1977). Outline of a Theory of Practice. (E. Gellner, J. Goody, S. Gudeman, M. HErsfeld, & J. Parry, Eds.) (Vert. van:). Geneva: Cambridge university press.

OCW (2017). Besluit van 16 maart 2017 tot wijziging van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel BES in verband met de herijking van de bekwaamheidseisen voor leraren en docenten. Geraadpleegd op 20 september 2019 van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-148

Veen, K. Van, Zwart, R., Meirink, J., & Verloop, N. (2010). Professionele ontwikkeling van leraren een reviewstudie naar effectieve kenmerken van professionaliseringsinterventies van leraren. Reviewstudie, ICLON(December), 2/150.

Ward, L., & Parr, J. M. (2010). Revisiting and reframing use: Implications for the integration of ICT. Computers & Education, 54(1), 113–122. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2009.07.011

 

Het eerste gedeelte van dit dagboekverhaal is een ingekorte versie van de bijdrage van Doedactiek aan de bundel Wendbaar Vakmanschap, leren in beroepscontexten,  redactie van Marc Coenders en Marco Mazereeuw. Illustraties van Marina Lankester.