De scholen waar we werkzaam zijn gaan verschillend om met de huidige maatregelen. De ene school ‘ziet wel’. De lessen vinden online volgens rooster plaats. De indruk is dat het de leerlingen aardig goed af gaat. Ze zijn sneller klaar en het lijkt erop dat de kwaliteit van het werk hoger is. Ook wordt duidelijk hoe snel de leerlingen werken. Vooral bij wiskunde ligt de tijd die leerlingen besteden aan het maken van de sommen sterk uiteen. Fysiek in de klas is dat niet zo zichtbaar omdat leerlingen het huiswerk veelal thuis maken. Nu met de online middelen biedt de aanvullende informatie over de duur van het maken van sommen mogelijkheden om de leerlingen die dat nodig hebben nog even een extra beetje steun te bieden.

Een andere school was van plan om per september te starten met korte lessen in de ochtend en ateliers in de middag waarbij leerlingen die extra hulp nodig hebben een afspraak kunnen maken met de docent. De school heeft besloten dit systeem online alvast in te voeren. In de ochtend vinden korte online lessen plaats. De docent schat in welke leerlingen zelfstandig verder kunnen en welke leerlingen in de middag baat hebben bij wat extra steun, ofwel om de minimale lesdoelen te behalen, ofwel ter verdere verdieping. Het geheel lijkt naar tevredenheid te werken en kan, als de scholen in september nog niet geheel open kunnen, worden gecontinueerd.

Ook binnen secties vinden interessante gesprekken plaats. Het werk kan onderling anders verdeeld worden. Individuele docenten hoeven niet gekoppeld te blijven aan een vast groep leerlingen. Het is mogelijk, en online ook nodig, om de inzet te spreiden. Als de klassen kleiner worden, dan moet dezelfde les vaker gegeven worden. Dat gaat niet binnen de huidige formatie. De sectie zoekt naar andere oplossingen. Online kan wellicht een grotere groep dan één klas profiteren van de toelichting die één docent geeft. Zo blijft er op school voldoende fysieke ruimte beschikbaar om kwetsbare leerlingen aanwezig te laten zijn en leerlingen op school summatieve toetsen te laten maken.

Hoe lang gaan we hiermee nog door dan?

Dat weten we niet zeker, maar naar verwachting nog wel een jaar. Dat hoeft niet negatief te zijn. Dit is ook een kans om dingen die al langer mogelijk waren maar nog geen gemeengoed werden omdat de groep die vasthield aan de oude gewoonte te groot was, tot stand te brengen. Dat vergt veel praten met collega’s. Dat doen we momenteel allemaal volop.