Het ziet ernaar uit dat zowel HBO als VO nog ruime tijd vooral online onderwijs zal verzorgen. Daar was tijdens het online overleg met de onderwijskundigen vanochtend nog niet zo heel veel van te merken.

Er is door veel collega’s hard gewerkt om de schema’s en rubrics van de lerarenopleiding voor komend jaar op orde te brengen. Dat is heel fijn. Alleen mist er wat. De realiteit van de nabije toekomst ontbreekt.

In een subgroep bracht ik in hoe ik vermoed dat die realiteit door gaat werken in het ‘atelier’, voor de komende derdejaars. Zij gaan vanaf september stage lopen op de scholen in een realiteit met afwisselend on- en offline lessen. Het thema is aandacht voor elke leerling. Van studenten verwachten we dat ze zich verdiepen in de onderwijsbehoefte van één leerling en dat ze hierop één of meerdere van hun lessen tijdens hun stage aanpassen.

Maar wat is een ‘les’ volgend schooljaar? Een contactmoment? Offline? Online? Een combinatie van beiden? Is een ‘les’ een uur in een rooster? Of een intern proces bij de leerling? Bijzonder eigenlijk dat online onderwijs deze vragen actueel maakt.

Het zijn vragen die al langer bestaan, maar waarbij het ritme van alle dag het zicht erop belemmerde. Nu ineens zijn die vragen daar. Kraakhelder. Ze wachten op antwoorden. Maar die hebben we nog niet. Eerst nog maar eens het atelier verder ontwikkelen. We komen dan vanzelf wel tegen dat de prachtige schema’s en rubrics nog een aanpassing behoeven om bruikbaar te zijn in de nabije realiteit.