De laatste vraag in de vragenlijst ‘hoe interactief is uw digitaal ondersteunde onderwijs?’ gaat over nieuwe leeractiviteiten die een docent met zijn/haar leerlingen de afgelopen tijd heeft uitgeprobeerd. Eén docent antwoordt: “Livestream van een les waarbij leerlingen thuis individueel werkten en hun anwoorden via de chat doorgaven en leerlingen in het lokaal konden in groepen werken. Ze zagen dezelfde videoinstructie en hoorden (en zagen deels ook) mijn toelichting. Docentgestuurd, hybride, prima klassemanagement maar niet erg gedifferentieerd. Het voelde als een les in 1950 met de techniek uit 2020.”

Deze ervaring, dat het online werken docenten het gevoel geeft terug te gaan in de tijd, komt vaker voor. Het is ook zichtbaar. Docenten die zich een nieuwe tool eigen maken vertonen gedrag dat overeenkomsten vertoont met dat van beginnende docenten. Ze hebben een neiging zich strak aan het voorgenomen plan te houden. De energie gaat in het bedienen van de tool zitten in plaats van in de aandacht voor de leerlingen.

Naarmate een docent vertrouwder wordt met een tool ebt het houterige, geofrceerde gevoel weg. Naarmate een docent zich meer tools eigen maakt, wordt deze fase vertrouwder en minder bedreigend. De rollen draaien dan ook vaak om. De leerlingen helpen de docenten. Niks mis met een les uit 1950 met de techniek uit 2020. Het is een fase die een docent niet over kan slaan.