Tijdens de werkbijeenkomst met alle Doedactiekers op zaterdagmiddag werd heel duidelijk dat alle scholen waar we werken het gedeeltelijk open gaan van de scholen de komende weken verschillend aanpakken.

Vooral de verschillen in roostering vallen op. De ene school handhaaft het bestaande rooster zo veel mogelijk en splitst de klassen. Daarbij zijn de leerlingen afwisselend fysiek op school aanwezig of op afstand, maar wel steeds in dezelfde les. Voor de scholen in district noord is fysiek lesgeven nauwelijks meer de moeite. Deze week kunnen fysieke lessen plaatsvinden en dan beginnen de toetsweken. De docenten rommelen er maar wat doorheen en richten zich op het goed verzorgen van de toetsweken, die wel grotendeels fysiek op school plaatsvinden. Er zijn ook scholen die de toetsweken geannuleerd hebben om ruimte te maken voor lessen. Leerlingen op scholen die geen toetsweken meer organiseren worden bevorderd op basis van hun resultaten tot dusver. In de praktijk komt dat erop neer dat alle leerlingen over zullen gaan, behalve degenen die, naar het oordeel van de docentenvergadering, echt veel te veel gemist hebben.

Hier en daar zijn wel twijfels over de uitvoerbaarheid. Op één school is het rooster voor de komende weken heel complex geworden. Dat werkt dubbellingen in de hand. Zowel de fysieke dubbellingen in het schoolgebouw als dubbelingen met online lesgeven liggen in het verschiet.

Eén van onze scholen heeft vijf locaties. De directie heeft besloten om de komende weken iedere locatie op een andere manier te laten werken. Zo kan de school als geheel ervaring opdoen. Op basis van die ervaringen gaat de school besluiten welke werkwijze de voorkeur heeft vanaf september.

Bij alle scholen ligt komende week de nadruk op het weerzien van de leerlingen. Dit vinden we allemaal heel belangrijk en de meesten van ons hebben momenten in het rooster gekregen om als eerste onze mentorleerlingen te zien. Maar hoe ziet zo’n eerste les eruit?

Misschien is het niet nodig om die eerste mentorles van A tot Z voor te bereiden. De verhalen van de leerlingen komen waarschijnlijk vanzelf. Misschien zijn de leerlingen in het begin wat onwennig, net als aan het begin van het schooljaar. Een focus op welzijn, het oogsten van wat er tijdens het online onderwijs goed is gegaan en het weer opbouwen van de face-to-face is relatie lijkt nu het belangrijkste.