Wat ons NU het meeste bezighoudt

We volgen op onze site medewerkers, in of vlak naast het onderwijs. Allemaal op hun eigen terrein druk doende om een en ander goed te laten verlopen. Deze rubriek wordt verzorgd door Jan Kater, nu gepensioneerd, voorheen coördinator leermiddelenbeleid, onderwijs en innovatie op Het Stedelijk Lyceum in Enschede. Door middel van telefonische interviews of videocontact.

 

Marleen Rikkerink (42) aarzelt. “Wat me nú het meeste bezighoudt?” Het lijkt of ze liever iets anders zou noemen.

“Ja, toch wel corona natuurlijk. Het speelt ook bij ons heel erg.” Marleen is gepromoveerd op haar onderzoek naar de rol van de schoolleiding bij het ‘overleven’ van onderwijsvernieuwingen (2011,2016). Ze beschikt over ruime ervaring als intern adviseur in het Voortgezet Onderwijs. En werkt tegenwoordig als teamleider ‘Onderzoek en Onderwijs transfer’ vier dagen in de week voor de Saxion Hogeschool met vestigingen in Enschede, Deventer en Apeldoorn.

 

“Voor ons als opleidingsinstituut is kennis uit onderzoek een belangrijke poot. Samen met de professionele behoefte. Maar beide zijn verschoven. Ten eerste: het terrein van ons onderzoek, de dagelijkse praktijk van het onderwijs, wordt beïnvloed door vraagstukken die in de maatschappij spelen, waaronder de gevolgen van Corona-virus. Daarnaast gaat bijna alle tijd en energie in bijzondere maatregelen zitten, waardoor veel scholen of individuele werkers hun scholingsbehoefte als het ware verschoven hebben.” Zij en haar team proberen van de nood een deugd te maken:

“Voor al onze opleidingen hebben we speciaal aandacht besteed aan het online-aspect in onze cursusopzet. Voor één opleiding hebben we hierdoor duidelijk meer aanmeldingen dan voorheen.”

 

Is het dan misschien een voordeel, dat de hele toestand ons b.v. dwingt om goed te kijken hoe we precies les geven? 

“Er wordt heel veel gezocht in online-oplossingen. Maar online is zoveel anders dan gewoon lesgeven met leerlingen tegenover je.” Er zijn natuurlijk allerlei verschillen, daar wordt al langer over geschreven en gesproken, maar wat ervaart de wetenschapper die zelf ook les geeft als het allerbelangrijkste verschil?

“Dat je elkaar niet in de ogen kunt kijken. Voor een groep leerlingen of cursisten staan, betekent dat je uit reacties kunt meten of iets aangekomen is. Ook is onze ervaring dat in een online setting deelnemers voorzichtiger zijn met het stellen van vragen en op elkaar reageren.”

 

(Ik had het graag met Marleen nog gehad over het scoren van de interactieve kwaliteit van digitale ‘tools’ als nieuwste element op de website doedactiek.nl, maar dat blijft staan voor een andere gelegenheid.)

Marleen, bedankt.

Marleen Rikkerink