Voor het eerst sinds de schoolsluitingen half maart zitten we met de lerarenopleiders  van de kenniskring vitale vakdidactiek weer fysiek bij elkaar. Iedereen is heel blij elkaar weer fysiek te zien. Dat online gebeuren is toch vooral maar heel ‘plat’. Er is hard gewerkt. Iedereen heeft meer uren gewerkt dan normaal. Voldoende pauze nemen en fysieke activiteiten zijn er bij de meesten bij in geschoten. Desondank hebben de meeste collega’s de periode van schoolsluiting goed doorstaan. Enkele collega’s is het niet gelukt om een nieuw werkritme te vinden en werk en privé te scheiden. Bij hen liep alles door elkaar.

Doordat de druk op het zo goed mogelijk in stand houden van het onderwijs zo hoog was, hebben veel onderzoeken wat vertraging opgelopen. We accepteren met elkaar dat dit de situatie is.

Het valt me op dat de gesprekken gedisciplineerd verlopen, alsof iedereen nog steeds netjes zijn of haar microfoon uit heeft en alleen aanzet als er echt iets te melden valt. Wanneer we in kleinere groepjes uiteen gaan lopen gesprekken wat meer door elkaar heen.

Aan het eind van de dag merk ik dat ik best vermoeid ben. Het was prima om de collega’s weer in levende lijve te zien. De gesprekken lijken indringender, met meer emoties. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om al die indrukken te verwerken. Het is goed om de intensiteit daarvan weer te ervaren.