Bij Doedactiek doen we onderzoek naar het op elkaar afstemmen van de interactieve kwaliteit tussen leeractiviteiten en tools/apps.

Op het eerste gezicht lijkt het ‘nogal wiedes’ dat deze twee gelijk zouden moeten zijn, maar de veelvuldig gerapporteerde ‘mismatches’ doen vermoeden dat dit in de praktijk niet altijd lukt.

Veel onderzoekers wijzen daarbij naar de gebrekkige digitale vaardigheden van docenten. Maar als de technologie zoveel kan, waarom is het dan zo ingewikkeld om aan te sluiten bij de praktijk?

Een heel klein voorbeeldje van die ingewikkeldheid deed zich vandaag voor binnen een groep lerarenopleiders. Om oeverloos geneuzel tijdens het online overleg van vandaag te voorkomen had de aanvoerder van de groep eerder deze week een document met de hele groep gedeeld met het verzoek om kleine verbeteringen als verschrijvingen en punten en komma’s alvast te verbeteren en opmerkingen te plaatsen bij punten voor inhoudelijk overleg. Tijdens het online overleg bleek niemand dat gedaan te hebben. Na het overleg volgde deze berichtuitwisseling:

 

Aanvoerder: “Ik deed een beetje streng omdat ik het wat flauw vindt dat ze nu nog met punten en komma’s komen

Teamlid “Lieve schat, als jij graag wilt dat anderen rechtstreeks in het bestand verbeteringen aanbrengen dan kun je beter:

  • Een google docs bestand aanmaken waarin iedereen kan werken
  • Een wordbestand delen via Teams, sharepoint of onedrive waarin iedereen kan werken

Je hebt nu een word document in google drive gehangen. Dat kunnen anderen wel lezen en opmerkingen bij maken, maar geen verbeteringen in de tekst aanbrengen 😊”

Aanvoerder: “oeps…niet in de gaten gehad…blond…

Teamlid: “Ja prima dat je streng bent, maar nu was het technisch onmogelijk om uit te voeren wat jij wilde. Dat voelt een beetje raar……