Een afstuderende student-docent vertelt: “Het was deze week fijn om de leerlingen weer in levende lijve te zien. Er is niet veel van les terecht gekomen. We hebben gekletst hoe het thuis was. Ik heb wel geprobeerd om de aandacht weer naar de les te buigen, maar de leerlingen waren veel te onrustig. Er waren ook leerlingen die vertelden dat ze de online lessen fijner vonden. We hebben op school bijvoorbeeld een leerling die door ziekte heel veel afwezig is. Doordat nu alles online was, kon zij ineens veel beter meekomen en heeft nu op haar eindexamen het een na hoogste gescoord.”

Dat zet wel aan het denken. Er zijn leerlingen die in het online onderwijs beter meekomen dan in fysiek onderwijs op school. Ze vervolgt:

“Fysiek op school heb ik nu lessen gegeven met steeds de helft van de leerlingen. De andere helft van de klas zit dan thuis. Zij kunnen dan niet meedoen met de les. Ik overweeg een camera achterin het lokaal te zetten zodat de leerlingen die thuis zitten de les wel mee kunnen krijgen. Als ik dan kahoot of socrative doe, kunnen de leerlingen die thuis zitten ook meedoen. Ja, daar moet ik dan wel goed over nadenken, hoe de leerlingen die thuis zitten actief mee kunnen doen met de les.”

We bespreken in hoeverre het huidige lesplanformulier haar bij een dergelijke planning ondersteunt. Ze zegt dat ze daar prima mee uit de voeten kan. Ze vervolgt:

“Bij andere collega’s merk ik dat ze heel blij zijn dat ze weer fysiek les kunnen geven. Ze geven nu hun lessen twee keer, één keer aan de ene helft van de klas en de andere keer aan de andere helft van de klas. Ze geven dus het dubbele aantal lessen, steeds met de helft van de klas en denken niet na over wat de leerlingen die thuis zitten doen. Dat ga ik niet doen hoor! Ik ga vanaf volgende week wel gewoon iedere les door met de stof. De leerlingen die dan niet fysiek aanwezig zijn, kunnen via de elo zien wat de bedoeling is. Ik zorg er in ieder geval voor dat ze zelfstandig aan de slag kunnen. Of ik blijf toch online lesgeven met de hele klas en gebruik de fysieke lessen op school om bijvoorbeeld praktika te doen of de leerlingen die echt vastlopen te helpen.”

We bekijken met elkaar de planning tool in de elo die ze gebruikt. Dat ziet er mooi overzichtelijk uit. Er is een weekplanning waarin aangegeven staat welke paragraaf uit het boek aan de orde is en welke opgaven gemaakt moeten worden. Leerlingen kunnen vanuit deze planning rechtstreeks doorklikken naar de betreffende opdrachten. Dat is best veel werk voor de docent, maar draagt wel enorm bij aan het behouden van het overzicht. Nu staan de activiteiten die leerlingen in de fysieke les en in de online les gaan doen bij elkaar en door elkaar in dezelfde kolom. Misschien is dat niet zo handig. We bekijken of het mogelijk is de kolommen aan te passen. Dat kan. Meteen besluiten we dit nu niet meer te gaan veranderen, maar voor volgend schooljaar is het wel hadig om te weten dat het kan:

“Het liefste heb ik één keer per week een online les waarin ik de leerlingen allemaal tegelijk heb en waarin ik met de leerlingen nieuwe leerstof bespreek en oefen met online activerende werkvormen waar alle leerlingen aan mee kunnen doen. Daarnaast komt iedere leerling tenminste één keer in de week fysiek bij mij in de les. Tijdens die fysiek ingeroosterde lessen gaan we dingen doen die online niet kunnen, zoals praktika. Daarnaast zou het mooi zijn als leerlingen zich zouden kunnen inschrijven voor extra begeleiding als ze dat nodig hebben. Dit kan ik allemaal netjes en overzichtelijk in de planning zetten.”

Ze is even stil: “Ja, het is heel goed om erover na te denken hoe ik het volgend jaar zou willen hebben. Dat neem ik mee in mijn sollicitatiegesprekken.”