Maandag gaan de basisscholen weer open, met inachtneming van de 1,5 m.

Dat betekent dat er heel veel op scholen georganiseerd moet worden.

De blijdschap dat de kinderen gedeeltelijk weer naar school kunnen komen overheerst.

Ondanks die blijdschap maak ik me zorgen. Meer zorgen dan toen de scholen dicht gingen en we massaal overstapten op online onderwijs. Dat was ook niet makkelijk, maar wel overzichtelijk. Het was namelijk het enige alternatief.

Nu maak ik me zorgen om de docenten die een dubbele, mischien wel een drievoudige taak krijgen. Ze gaan lesgeven aan halve klassen, misschien nog niet eens. De andere helft van de leerlingen zit dan nog steeds thuis. Wat doen die leerlingen? Niets? Of gaan die leerlingen dan ook met school aan de slag? Hoe weten die leerlingen wat ze moeten doen? Daarover zullen ze toch echt instructies van de docent moeten krijgen. Hoe gaat dat gebeuren? Tijdens de fysieke contactmomenten en dan huiswerk of een taak mee? Of toch via de electronische weg? Ik probeer het me voor te stellen hoe de dagen eruit gaan zien. Halve klas een halve of een hele dag fysiek aanwezig. Andere helft van de leerlingen doet…? Dan andere helft van de leerlingen fysiek aanwezig. Ene helft van de klas doet …?

Het klinkt zo verheugend, de kinderen komen weer naar school. Achter deze blijdschap gaat echter een verdubbeling van de werklast van de docenten schuil. Leerprocessen in de klas tot stand brengen is didactisch een wezenlijk ander proces dan leerprocessen op afstand. Doordat altijd minstens de helft van de leerlingen nog steeds thuis zit, ontkomt de docent er niet aan om zowel na te denken over de leerprocessen fysiek in de klas én de leerprocessen op afstand. Dat betekent twee keer het doordenken van dezelfde les. Of het nadenken over die leeractiviteiten die op school gaan plaatsvinden en die leeractiviteiten die op afstand plaats blijven vinden. Ook dat is dubbel werk. En dan de praktische organisatie ervan, welke leerlingen wel en welke leerlingen niet wanneer aanwezig zijn, welke instructies ze gehad hebben en welke niet en dan komen daar ook nog de leerlingen tussendoor van ouders in vitale beroepen die wél alle dagen fysiek aanwezig zijn, krijgen die dan alle lessen dubbel? Hoe zinvol is dat?

Het kan zijn dat docenten daar nu allemaal nog niet over nadenken. Tsja, dat komt dan volgende week wel. Het is het onderwijs een beetje eigen dat het denken pas tijdens het doen op gang komt. Hopelijk draagt dat nadenken na het doen wel bij aan het werkende weg vinden van behapbare oplossingen. Een ding kan ik voorzien: meer handen in de klas waren nog nooit zo welkom als nu!