Het einde van het collegejaar op de hogeschool nadert. Studenten hebben het best wel druk met afrondende activiteiten. Straks krijgen de docenten het heel druk met al het nakijkwerk dat erna komt.

Toen de hogeschool half maart sloot, moesten we in zeer korte tijd ons onderwijsprogramma voor de vierde periode van dit collegejaar aanpassen aan de online situatie. In die tijd hebben we een aantal maal overleg gehad over hoe we dat moesten doen. Het ‘atelier’ dat de 250 eerstejaars in deze periode uitvoeren bestaat uit een aantal verschillende opdrachten die de studenten kunnen kiezen. Bij veel opdrachten kunnen de studenten alleen en inhun eigen tempo aan de slag. Er zijn ook opdrachten waarbij de studenten samenwerken aan opdrachten ‘van buiten’. Tijdens de voorbereiding was de verwachting van een aantal docenten dat het online samenwerken wel heel ingewikkeld zou worden en dat er vooral veel individuele opdrachten beschikbaar moesten zijn. Deze opvatting was begrijpelijk, maar ik vond het moeilijk om de groepsopdrachten los te laten. Na enige discussie en gepeins zijn de groepsopdrachten gebleven.

In deze afrondende weken is het tijd om studenten te bevragen op hun ervaringen. Een collega merkte op dat de studenten die gekozen hebben om louter individuele opdrachten te doen het moeilijk hebben gehad. De studenten die deelnamen aan de groepsopdrachten hebben minder moeite gehad om aan de gang te blijven. In mijn eigen groep verwoordden studenten het zo:

“Ten eerste was ik eerst bang voor de samenwerking aangezien ik niet wist bij wie ik in het groepje zou komen. Uiteindelijk hadden wij echt een goede samenwerking en was ik heel blij hiermee. Ik merkte dat de kwaliteiten van ons onderling heel erg op elkaar aansloten en dat was fijn.” 

“Het belangrijkste wat ik heb geleerd is hoe je kunt samenwerken in coronatijd”

Voordat we begonnen aan de samenwerk opdrachten, hebben studenten hun persoonlijke kwaliteiten aangevinkt in een online vragenlijst. Op basis daarvan hebben we groepen ingedeeld die zo heterogeen mogelijk waren. De meeste groepen hebben heel zelfstandig gefunctioneerd. Tijdens het werken hebben alle groepen online een scrumbord bijgehouden. Als docenten konden we op die manier meekijken met de processen in de diverse groepen en ingrijpen waar nodig. We hebben enkele keren ingegrepen. Veel vaker hebben we echter de groepen aangemoedigd en onzekerheden weggenomen. Tussentijds zijn er feedbackmomenten met de opdrachtgevers geweest die online eenvoudig konden aansluiten. Op dit moment zetten de studenten de laatste puntjes op de i. De opdrachtgevers zijn nieuwsgierig naar het eindresultaat. Als docenten zijn we nieuwsgierig naar de persoonlijke reflecties van de studenten. Uit de reacties tot nu toe blijkt dat het online atelier een zeer rijke leeromgeving is geweest.