Docent T. pakt een zakdoek en begint heel hard te hoesten. Zijn mobiel dondert om en er komt een plafond met een lamp in beeld. Nee, hij heeft geen Corona, de negatieve testuitslag was zojuist binnengekomen.

Gisteren was hij dus niet op school omdat hij op de uitslag van de test moest wachten. Daardoor heeft hij alle gesprekken in levende lijve over de voorbereidingen op de lockdown gemist. Met zijn snotterhoofd heeft hij zo goed mogelijk alles op afstand gevolgd. Hij heeft niet alles meegekregen, bovendien zijn er in de loop van de dag nog weer veranderingen aan aanpassingen gekomen. Uiteindelijk heeft hij zijn teamleider persoonlijk gebeld en zich laten bijpraten.

Deze week hebben de leerlingen geen lessen meer, ook geen online lessen. De toetsen voor de examenklassen en voor-examenklassen gaan fysiek door zoals gepland. De docenten krijgen deze week de tijd om zich voor te bereiden op de online periode na de kerstvakantie.

De school heeft besloten om na de kerst de lesduur te halveren naar 25 minuten. Docenten komen fysiek naar school om les te geven. Kinderen van ouders met vitale beroepen volgen de lessen fysiek. De andere kinderen volgen de lessen online. Met dit rooster zijn alle lesuren rond het middaguur afgerond. Na een lange lunchpauze is er gelegenheid voor leerlingen om online vragen te stellen.

Op zich klinkt dit als een behapbare, pragmatische benadering van de situatie.

Docent T. is echter kritisch. ‘Dat gaat toch niet werken’ zegt hij. ‘Die lessen duren maar 25 minuten. Docenten gaan dan in 25 minuten er doorheen jassen wat ze normaal in 50 minuten zouden doen. Die kinderen zijn met de lunch compleet gesloopt als iedere docent dat zo doet.’

Een tegenargument is dat er maar weinig kinderen fysiek aanwezig zijn in het lokaal waardoor er minder tijd verloren gaat aan sociaal gedoe. Maar hoe hij het zou willen?

‘Het liefst zou ik nu weektaken voor de leerlingen maken. Ik maak een overzicht  wat er per week af en ingeleverd moet zijn. Dat kan allemaal digitaal. Dat kijk ik na en ik geef daar feedback op. De leerlingen kunnen bij mij in de les komen als ze vragen hebben. Leerlingen die hun werk niet inleveren kan ik zelf benaderen voor wat extra begeleiding. Dan ga ik eerst maar eens luisteren hoe het met ze gaat en hoe het lukt met leren en hoe ik ze daarbij kan ondersteunen’.

Of hij dit met zijn leidinggevende heeft besproken?

‘Nou nee, niet echt, eigenlijk ben ik te ziek om daar goed over na te denken’.

Wat staat je in de weg dan om het voor jouw lessen zo te organiseren?

‘Eh, nou, eigenlijk niets…. ja, dat ga ik maar doen denk ik. Maar nu eerst beter worden!’

Goed plan. Beterschap!