Uit onderzoek bij Doedactiek blijkt dat docenten in de reguliere lespraktijk didactisch stevig kunnen bijsturen als de techniek anders uitpakt dan beoogd. Bij online onderwijs is het niet mogelijk om ‘over de schouder mee te kijken’, er ‘even een blaadje’ bij te pakken, of  het gedrag en houding van de leerling ‘te lezen’.

Een bepaalde tool kan vaak maar één of op zijn best enkele activiteiten van leerlingen ondersteunen. Een docent heeft daarentegen een hele bibliotheek aan activiteiten paraat en kan op ieder moment de meest geschikte kiezen op basis van wat hij of zij ‘leest’ bij leerlingen. Docenten zijn wat dat betreft didactische behoorlijk wendbaar.

In periodes van schoolsluiting lukt het om een groot deel van het leerproces online door te laten gaan, gebruik makend van beschikbare tools. Daarbij bepalen de technische mogelijkheden van de ingezette tools de reikwijdte van de activiteiten van de leerlingen. Dat kan docenten frictie opleveren zodra ze signaleren dat bijsturing didactisch nodig, maar op dat moment technisch, niet mogelijk, is.

Veel onderzoekers zijn van mening dat docenten vaardiger zouden moeten worden in het didactisch gebruik van beschikbare tools. Wellicht is een beweging de andere kant op ook wenselijk, namelijk dat nieuw te ontwikkelen educatieve tools de benodigde didactische wendbaarheid voor goed onderwijs beter faciliteren.