Gisteren werd bekend gemaakt dat de basisscholen in mei weer open mogen gaan, met 1,5 m afstand. De middelbare scholen blijven nog even dicht. Voor veel leerlingen zal het fijn zijn om weer naar school te kunnen. Maar tsjonge jonge, wat wordt er nu wéér van collega’s gevraagd. Lesgeven is een uitermate complexe bezigheid. Je komt altijd handen en ogen tekort, hebt luttele seconden om beslissingen te nemen en moet rust uit blijven stralen om het leerproces voor zoveel mogelijk leerlingen gaande te houden. Rondom de daadwerkelijke lessen is er het eeuwige nakijkwerk en de voortdurende worsteling om met zo min mogelijk middelen een zo uitdagend mogelijke leeromgeving voor iedere leerling in te richten.

In slechts vier weken tijd hebben collega’s dit allemaal ‘verhuisd’ naar de virtuele wereld. Eerder noemde ik dit een revolutie. Dat formaat heeft het inderdaad. Nu, na vier weken, loopt het op veel plaatsen best aardig. De eerste responses uit de tweede ronde van de vragenlijst in het onderzoek van Doedactiek en NHL Stenden laten een behoorlijke ontwikkeling zien. Was er twee weken geleden nog vooral sprake van het substitueren van de situatie in het lokaal naar de virtuele wereld, is er nu zichtbaar dat docenten uitbundig aan het experimenteren zijn.

In mei gaan de basisscholen weer half terug naar school. Halve klassen, halve dagen…. halve gezinnen? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Wat ik uit ervaring met afstandslessen via videoconference wel weet is dat het zowel fysiek in de klas als op afstand begeleiden van leerlingen ingewikkeld is. Is je neus richting beeldscherm dan breekt de onrust in de klas uit omdat leerlingen als het ware ‘ruiken’ dat je niet met hen bezig bent. Ben je in de klas bezig, dan haken de leerlingen die online zijn af omdat er niets gebeurt op het scherm. Bovendien zijn online leeractiviteiten en leeractiviteiten in het klaslokaal niet zomaar uitwisselbaar, dat hebben alle docenten inmiddels wel ontdekt. Wat bij het ene goed werkt is niet automatisch een succes bij het ander. Uiteraard zijn er prachtige werkvormen denkbaar waarbij de leerlingen fysiek in de klas online samenwerken met de leerlingen op afstand. Zo krijgt iedereen wat mee van de les en ontstaat er ook weer iets van gezamenlijkheid. Maar dit vraagt wederom éxtra organisatie, éxtra tijd, éxtra inspanning. Het kán wel, maar ik vraag me af of dit, nu, de juiste keuzes zijn.

We weten al dat leerkrachten en docenten voortdurend overbelast zijn. Dit komt er dan nog eens bij. Het ‘elastiekje’ was al aardig opgerekt. Dit voelt als een overstrekking. Ook leerkrachten en docenten hebben baat bij goede zorg!