Eigenlijk is het bijzonder dat er anno 2020 nog steeds aandacht nodig is voor de interactieve mogelijkheden die ICT biedt in het onderwijs.

20 (!) jaar geleden bestonden er al projecten om leerlingen op verschillende scholen via ICT met elkaar te laten werken. En als dat tussen scholen kan, dan kan dat ook tussen landen, zelfs continenten, het maakt niet meer uit.

Een van de mooiste projecten uit die tijd was het vouwen van vliegtuigjes, verolgens testen welke vouwwijze ervoor zorgde dat het vliegtuigje als langste in de lucht bleef en daarna de vouwinstructie beschrijven in een e-mail en versturen naar een klas elders in het land. Er zat een wedstrijdelement in, waarbij het erom ging om via e-mail ideeën uit te wisselen voor betere manieren van vouwen.

Leerlingen in de onderbouw namen deel aan dit project vanuit het vak techniek.  Ze leerden niet alleen vliegtuigjes vouwen, maar vooral ook om onder woorden te brengen wat ze deden. Er was toen nog geen mogelijkheid om zelf filmpjes te publiceren. De uitleg moest schriftelijk.

De betrokken onderwijskundigen en onderwijsonderzoekers brachten, met behulp van technologie, onderlinge communicatie tussen groepen op verschillende scholen tot stand.

Waarom zien we dat, 20 jaar later en na een enorme ontwikkeling op technisch gebied, nog zo weinig terug in de lespraktijk?