Een collega lerarenopleider merkt op dat “docenten die vooral werken vanuit de leerstofinhoud minder moeite hebben met online onderwijs dan docenten die werken vanuit de relatie”. Bij de tweedejaars student-docenten die zij begeleidt bij hun stages merkt ze dat veel pedagogisch-didactische principes uit regulier face-to-face onderwijs ook gelden bij online onderwijs. Het lijkt er zelfs op dat online onderwijs deze pedagogisch-didactische principes uitvergroot.

Ze geeft enkele voorbeelden:

  1. Beginnende leraren stellen wel eens een vraag als ‘snappen jullie het allemaal?’  In een face-to-face situatie kunnen er leerlingen zijn die bij een dergelijke vraag graag van de gelegenheid gebruik maken om iets te zeggen. Online niet. Er komt eenvoudigweg geen antwoord. Studenten ontdekken in het online onderwijs bijzonder snel dat dit geen handige vraag is.
  2. Als een beginnend docent in een face-to-face situatie het ‘gastheerschap’ vergeet en uit zenuwen meteen begint met de les, dan vinden de leerlingen dit misschien niet zo heel prettig, maar voegen zij zich doorgaans vrij snel naar de situatie, zeker als de eigen docent ook nog in het lokaal zit en de student-docent helpt door non-verbaal aan de leerlingen te laten blijken dat het de bedoeling is dat ze meedoen. Online lessen waarin de student-docenten niet investeren in het gastheerschap komen niet op gang, waardoor heel snel duidelijk wordt dat leerlingen graag gezien willen worden. Maar ja, hoe doe je dat online? In ieder geval namen noemen, zorgen voor interactie en ervoor zorgen dat iedereen weet wat er gaat gebeuren.
  3. Het aanbrengen van nieuwe kennis lukt pas als leerlingen weer even weten waar ze de vorige les ook alweer waren gebleven. Dat is in iedere les belangrijk. Ook in een online les is het belangrijk om de bestaande kennis op te halen. Het is echter niet mogelijk om de gezichten van de leerlingen te zien om hun reacties te ‘lezen’. Dit dwingt student-docenten om na te denken hoe ze leerlingen in de denkstand brengen.
  4. Pubers zouden geen pubers zijn als ze niet altijd uit waren op een geintje. Het is uiteraard fantastisch grappig om de docent op ‘mute’ te zetten. Vooral in het begin van de schoolsluiting was dit een populaire nieuwe vorm van klieren. Voor student-docenten is zoiets extra lastig om dat zij niet op alle scholen volledige docentenrechten krijgen in de digitale systemen. Dit dwingt student-docenten om zich op hun school assertief op te stellen om een volwaaridg docent account te krijgen.
  5. Als leerlingen in de chat zitten te klooien is het belangrijk de betreffende leerlingen hierop aan te spreken: “Je doet…”, “dit doet …. met mij”, “hoe lossen we dit op?” gevolgd door afspraken voor de volgende keer. In face-to-face situaties onstaat er vaak een psychologisch spelletje waarbij het erop aan komt dat de student-docent voet bij stuk te houdt, consequent is een eventueel aangekondigde maatregel daadwerkelijk uitvoert. Een leerling die blijft zitten na het verzoek om het lokaal te verlaten speelt dit psychologische spel tot het uiterste. Online is het iets makkelijker om een leerling ‘buiten’ de klas te zetten.

In online lessen gebeuren ook heel mooie dingen. Applicaties als nearpod en lesson-up waarin leerlingen antwoorden op vragen kunnen geven die meteen zichtbaar zijn voor de docent geven informatie over het kennisniveau van de leerlingen. Het leren van de leerlingen is meteen zichtbaar en naderhand beschikbaar.

Groepswerk is online makkelijker te organiseren. Leerlingen werken online verbazingwekkend goed samen. Misschien is dit iets om te blijven doen, ook als de scholen weer volledig open gaan.