Online Intervisie met collega’s

Collega A merkt in haar online sessies dat studenten een helder verhaal waarderen, maar het online samenwerken ronduit vreselijk vinden. Studenten storen zich aan de chaos. Maar dat heldere verhaal is ook niet zaligmakend. Veel studenten haken al na korte tijd af. Tsja, hoe kunnen we er als docenten voor zorgen dat studenten de aandacht erbij kunnen houden? Uiteindelijk komen we er toch op uit dat een afwisseling van activiteiten belangrijk is, inclusief activiteiten die de studenten zo ‘vreselijk’ vinden.

Met verbazing heeft collega B gezien dat een student die normaal gesproken nogal middelmatig presteert, nu ineens heel hoge cijfers haalt. Dat is wel een beetje verdacht, maar er is geen enkel vermoeden van fraude op wat voor manier dan ook. Het lijkt erop dat deze student baat heeft bij de coronamaatregelen. Eindelijk blijkt de student het wél te kunnen, en nog goed ook. We analyseren wat er mogelijk aan de hand kan zijn en identificeren dat de verminderde hoeveelheid afleiding in deze periode voor déze student mogelijk heilzaam uitpakt.

Collega C vertelt dat hij zijn  studenten regelmatig in groepjes van 3 a 4 studenten laat werken aan opdrachten. Het valt hem op dat het tijdens de plenaire videomomenten vaak dezelfde studenten zijn die vragen stellen of antwoord geven op zijn vragen. De vragen die hij stelt zijn bijvoorbeeld: ‘is alles duidelijk?’ of ‘hoe was de les?’

In een fysieke klas kan hij nonverbaal meteen zien of de studenten het snappen en hoeft hij deze vragen niet te stellen. Om toch iets meer te weten te komen tijdens de online lessen zet hij nu Mentimeter in. Het nadeel van Mentimeter is echter dat de antwoorden anoniem zijn, waardoor informatie per persoon ontbreekt.

Fysieke in de klas laat collega C studenten regelmatig met elkaar een opdracht maken en dan kort aan elkaar presenteren. Hij stelt daar dan een aantal vragen over en zo blijven de lessen afwisselend en dynamisch. Tijdens de online lessen heeft hij dit nog niet gedaan. Zijn lessen zijn, naar eigen zeggen, wat minder afwisselend geworden omdat hij zich beperkt tot het geven van een presentatie en het stellen en beantwoorden van vragen.

Collega C vraagt zich af hoe hij online beter kan zien in hoeverre de studenten de stof begrijpen.

Er wordt in de groep gegrapt dat studenten regelmatig de stof pas beginnen te begrijpen ná de toets.

Bij analyse blijken een aantal verbeteringen mogelijk. De gestelde vragen (‘is alles duidelijk?’ en ‘hoe was de les?’) zijn wellicht te open en vrijblijvend. Online, en misschien ook wel fysiek in de klas (!) is het nodig om de vragen veel concreter te stellen. Dat kan bijvoorbeeld door studenten een vraag voor te leggen, ze wat denktijd te geven, daarna het juiste antwoord geven en vervolgens vragen wie het juiste antwoord had. Degenen die niet aangeven dat ze het juiste antwoord geven hebben vervolgens waarschijnlijk baat bij wat nadere verdieping.

Op zichzelf is het mooi om Mentimeter te gebruiken ter onderbreking van een verhaal. Als het echter voor het leerproces van belang is om te weten wie welk antwoord heeft gegeven is een andere tool als socrative, google forms of MS forms wellicht handiger.

Collega C vindt het zelf jammer dat hij tijdens de online sessies de studenten tot dusver geen opdrachten heeft gegeven en de uitkomsten heeft laten presenteren. Eigenlijk kan dat online prima en ineens begrijpt hij niet meer waarom hij dat tot dusver niet gedaan heeft. Hij neemt zich voor dat volgende week wél weer te gaan doen. Het is een fenomeen dat veel zichtbaar is op dit moment. Docenten die de overstap maken naar online onderwijs lijken eerst terug te vallen op didactische handelingen die meer passen bij beginnende docenten. Het uitvoeren van verschillende vormen van online groepswerk ontwikkelt zich pas naderhand.

Collega C gaat op nóg iets letten, namelijk dat niet hijzelf, maar de studenten elkaar onderling vragen stellen over de inhoud van de presentaties. Dat is dan wel iets waar de studenten op voorhand op voorbereid moeten worden. De opdracht behelst dan niet alleen het presenteren, maar ook het stellen van vragen aan de anderen. Dat hoeft zeker geen chaos te worden. Wie weet komen er op deze manier nog meer tot dusver onzichtbare talenten boven drijven!