Over twee weken start het atelier. 250 toekomstige docenten gaan zich verdiepen in het thema ‘diversiteit en burgerschap’ onder begeleiding van 10 docenten. De verwachting is dat we het hele atelier, tot aan de zomervakantie, online zullen verzorgen.

In een atelier werken studenten veelal in groepen. Dat is de opzet van het onderwijsconcept van NHL Stenden: Design Based Education.

In dit atelier kunnen studenten kiezen uit een 20-tal deelopdrachten. Iedere opdracht krijgt een aantal sterren. Grotere opdrachten krijgen meer sterren. De studenten moeten 15 sterren verzamelen door zelf een combinatie te maken uit de 20 opdrachten.

We hebben het over de praktische organisatie online.

Ja, we kunnen de zelfinschrijving in Blackboard klaarzetten. Op die manier kunnen studenten laten weten welke opdrachten ze willen gaan uitvoeren en weet de begeleidende docent met welke studenten hij/zij contact op kan nemen.

Ja, we kunnen gebruik maken van MS 365/Sharepoint/Teams/One-drive waarmee studenten online met elkaar kunnen werken aan een ‘beroepsproduct’ (per opdracht anders).

Ja, we kunnen gebruik maken van Collaborate voor de inhoudelijke ondersteuning. Er zijn namelijk ook momenten waarop er gewoon even instructie nodig is.

Ja, dit is allemaal mogelijk. Maar niet iedereen kan zich voorstellen hoe dit gaat werken. Technisch kan het, maar lukt het ons ook om daarmee het beoogde leerproces tot stand te laten komen?

’s Middags zit ik de webinars voor morgen voor te bereiden. Ze gaan over online groepswerk. Hoe ‘toevallig’. Ik zie mezelf worstelen. De T van TPACK biedt best veel mogelijkheden. En de C van leerstofinhoud heb ik ook wel aardig in beeld. Maar die P, de didactiek in het TPACK model zwabbert in mijn hoofd alle kanten op. ‘Practice what you preach’, en ‘maak vorm en inhoud congruent’, mijn leermeesters echoën voortdurend door mijn hoofd. Als we tijdens het webinar het groepswerk kunnen uitvoeren, dan hoef ik het niet uit te leggen. Dat is wat dynamischer dan een pratend hoofd. Ik heb in mijn kop dat we de Jigsaw gaan uitvoeren en aansluitend de fishbowl. Daarmee is de P voldoende onderbouwd, maar technisch nog niet zomaar voor elkaar. Ik maak opdrachten die de deelnemers met elkaar kunnen uitvoeren. Eerst kennismaken met elkaar! Ze kennen elkaar namelijk niet. En juist die onderlinge sociale band is zo belangrijk. Anders gaat het niet werken. Dat betekent nog een stukje inhoud, C, erbij. Waar puzzel ik dat dan weer in het uurtje dat we hebben?

Gefrustreerd zet ik mijn laptop uit. Tijd voor een wandeling. Het lukt niet. De techniek doet niet wat ik didactisch wil. Het moet anders. Het moet allemaal overhoop. 3 uur werk verdampt. Mijn hoofd tolt. Vanochtend zei een collega nog ‘ja, maar jij bent de specialist’. Ja, dat schijn ik te zijn, maar zoiets als Collaborate is ook voor mij een nieuwe tool. Een tool met mogelijkheden maar ook beperkingen die alleen op te vangen zijn door andere tools erbij in te zetten. Daardoor wordt het geheel enorm complex. Ik voel mij op dit moment helemaal geen specialist. Ik voel mij wederom een beginner die onvoldoende overziet hoe techniek en didactiek elkaar beïnvloeden.

Ik haal een paar keer diep adem. Kruip weer achter de laptop en ga verder.

De wandeling heeft rust gegeven. Ik kijk nog eens naar wat ik tot dusver heb gedaan. Tsja, zo raar was dat nou ook weer niet. Als ik in Blackboard dat zelf inschrijven een heel klein beetje anders inricht en de opdrachten voor de deelnemers daarop aanpas dan kan het wel. Althans, voor zover ik nu kan overzien, eh, waarvan ik hoop dat het gaat werken zoals ik me voorstel.

Morgenochtend eerst maar eens even testen met twee collega’s……..